• Voordat het systeem wordt aangesloten op de voeding, moet worden gecontroleerd of het systeem geschikt is voor de plaatselijke voedingsspanning. Raadpleeg het serieplaatje van uw systeem voor de spanningsvereisten.
    • Gebruik alleen de bij het systeem geleverde voedingskabel om de kans op brand te beperken.
    • Gebruik geen geaarde adapters.
    • Wanneer er vloeistof wordt gemorst, verwijdert u de stekker van de voedingskabel uit de contactdoos voordat u deze vloeistof verwijdert.
    • Gebruik geen contactdoos die wordt bediend via een wandschakelaar of wordt gedeeld met andere apparatuur.
    • Zorg ervoor dat er geen druk staat op de voedingskabel.
    • Zorg ervoor dat de elektrische bekabeling veilig wordt opgeborgen/neergelegd wanneer het systeem niet wordt gebruikt. Gebruik de machine niet bij enige schade aan de elektrische kabel. 

    • De voedingsaansluiting moet gemakkelijk toegankelijk zijn, bij voorkeur dicht bij het systeem.
      Om veiligheidsredenen is het van essentieel belang dat het systeem is aangesloten op een geaarde contactdoos.
    • De beveiliging tegen overspanning van de apparatuur wordt mede gerealiseerd door de circuitbeveiliging van de groep (max. 20 A).
    • De volgende onderdelen moeten worden beschouwd als circuitonderbrekers:
      • Stekker van de voedingskabel of koppelcontactstop.
      • 12-polige connector aan de rechterkant (afhankelijk van het systeem).
  1. Als zich een fout voordoet met het systeem, moet u de ingangsspanning onmiddellijk isoleren en afsluiten.

  2. VOORZICHTIG: TWEEPOLIG/NEUTRALE ZEKERING
    (dit houdt in dat bij het doorbranden van de zekering bepaalde onderdelen van de apparatuur onder spanning blijven staan, waardoor het plegen van onderhoud tot een gevaarlijke situatie kan leiden.)

Date created:
06/01/2017 12:11:06
Last updated:
06/14/2017 13:05:37
Product(range):
Print